BROOD OP DE PLANK van Martijn Honselaar

Karien Verhappen luncht iedere maand met een kunstenaar of creatief uit één van de gebouwen van Ateliers Tilburg. Deze maand architect Martijn Honselaar van Ontwerplab uit Carré.


Ik rijd het binnenplein bij Carré op en stal mijn fiets. Bij de deur zoek ik een tijdje naar de juiste bel. Van links naar rechts scan ik de vier of vijf rijen met naamplaatjes en bijna op het eind zie ik Martijn Honselaar en Ontwerplab staan. Binnen enkele seconden doet Martijn de deur open.

Zijn kantoor is direct rechts naast de deur. ‘Je had beter op het raam kunnen kloppen’, zegt hij. Hij had me vast al zien staan. Als Martijn wat bestek en kopjes bij elkaar zoekt, zet ik de boodschappen voor de lunch op tafel. Zonder daar de volgende 45 minuten nog enige aandacht aan te besteden trouwens, we raken direct diep in gesprek.

‘Ik zit hier sinds 1999. Daarvoor was dit het Elisabethziekenhuis. Eerst zat ik in wat vroeger de spreekkamers waren, waar we nu zitten was de recreatieruimte.’ Martijn laat me een oude, drukke zwart-wit foto zien van toen. ‘In 1998 begon ik, uit een soort eigenwijsheid, naïef en onbevangen voor mezelf. Samen met een vriend deed ik mee aan de Archiprix. We wonnen de prijs voor het beste plan, dus dat was een goede start. Door allerlei belangen hebben we het plan niet kunnen uitwerken, maar er kwam wel een nieuw project in Amsterdam voor in de plaats.’ Is het niet jammer wanneer je een plan niet kunt realiseren? ‘Ik haal voldoening uit het einde van iedere fase. Maar het heeft wel impact wanneer het één op één gebouwd is en je ertussen staat, ja.’

Martijn vertelt dat hij na die prijs veel projecten voor particulieren heeft uitgevoerd. Nu beweegt hij zich meer op de zakelijke markt. ‘In de particuliere markt werk je met direct betrokkenen. Je beseft dat jij mag werken met hun spaargeld. Maar de particuliere markt is moeilijk te bespelen.’ Martijn heeft er bewust voor gekozen nooit personeel aan te nemen. Hij verzamelt de juiste mensen om hem heen voor ieder project. ‘Ik werk nu veel samen met Paul Peters, we hebben zo’n tien projecten samen gedaan. Onze kracht is dat we beiden analytisch zijn en goed binnenstedelijk kunnen werken. Anderen houden ervan te werken waar nog weinig is, in weilanden bijvoorbeeld. Wij werken graag daar waar al leven is, om binnen die bestaande contouren te vernieuwen.’

Martijn en ik praten over verschillende projecten. Eén daarvan is het Pleinhuis aan de Broekhovenseweg. ‘Dat is een beetje een afwijkend project, het is heel designachtig.’ Martijn vertelt dat hij ernaar streeft conventies los te laten, om meer speelruimte te kunnen creëren. Stiekem verlang ik ook naar het moment waarop ik al mijn geleerde lessen kan loslaten, omdat ik door heb dat ze me in de weg beginnen te zitten. Hij pakt een boek van de Belgische architecten de vylder vinck taillieu en laat zien wat die filosofie kan opleveren: een subtiele, stijlvolle speelsheid. Resultaten waarbij je voelt dat er iets niet klopt, maar je niet meteen ziet wat er aan de hand is.

Veel tijd om te eten heb ik deze lunch niet genomen. Ik kon niet stoppen te luisteren naar de architect die als gastdocent aan de Fontys ook studenten wijze woorden brengt. Met een half gevulde maag maar genoeg voedsel voor de geest fiets ik weg. Ik besluit mijn weekend eerder in te laten gaan. ‘Conventies loslaten’, zeg ik tegen mezelf.  ‘Ik begin maar meteen.’

.