BROOD OP DE PLANK van Dagmar Baars

Karien Verhappen luncht iedere maand met een kunstenaar of creatief uit één van de gebouwen van Ateliers Tilburg. Deze maand: beeldend kunstenaar en docente Dagmar Baars, Lange Nieuwstraat 59.


Als ik met mijn broodjesbuit van ’t Kaasbolleke de Lange Nieuwstraat in fiets staan bij nummer 59 een paar mannen te sjouwen. Boven moet ik zijn, daar is het atelier van Dagmar. Als ik het betreed en zij beneden gemberthee zet, kijk ik rond. Het is er licht, de zon komt door de oude balkondeuren. De kleuren, de rommeligheid, de energie van Dagmar: ze maken de ruimte toegankelijk.

Dagmar duikt op haar late ontbijt en vertelt: ‘Ik studeerde aan de Academie hier. Die voelde soms schools, je mocht er lang niet alles. En ik had geen zin om de hele tijd over mijn proces te praten. Daarom begon ik met een extern atelier. En nu zit ik al zo’n twee jaar hier.’

Ze deelt haar atelier met Jasper Heemskerk, beneden neemt Jeroen de Leijer intrek. ‘Dat vind ik fijn, ik heb graag mensen om me heen.’ Na haar afstuderen startte Dagmar met EindBaars. Jet Manhro, die ze had leren kennen toen ze stage liep bij Boekie Boekie, zei: ‘Als je wil dat mensen je serieus nemen, dan moet je voor jezelf beginnen.’ Drie maanden later solliciteerde ze ook bij de PABO in Helmond, voor docent beeldende vorming. ‘Ik werd aangenomen. Ik heb sindsdien lesgegeven aan kinderen, pubers, studenten en volwassenen. Ik kan me in elke groep inleven en weet bij iedereen wel sympathie los te peuteren. Studenten vind ik het leukst, omdat ik daar het dichtste bij sta. Én kinderen, om hun openheid. Eén keer legde er eentje het hoofd op mijn schoot, hij wilde me gewoon even een knuffel geven.’

Dagmar is ook vaak in het Noordbrabants Museum om rondleidingen en workshops te geven. Ondertussen werkt ze in haar atelier aan eigen werk. ‘Ik maak nu monoprints. In de natuur zoek ik naar constanten, naar ritme en structuur. Met het materiaal speel ik daarop in. Druktechniek vind ik mooi, het is wispelturig.’ Ik vraag Dagmar waar we haar werk kunnen zien. ‘Ik hoef er gelukkig niet van te leven, ik ga er ook niet mee naar galerieën of musea. Via via komen mensen bij mij. En soms komt er iets voort uit een expositie. Ik denk erover om het via een webshop aan te bieden. Ik wil het wel graag met meer mensen delen.’

Dagmar omschrijft zichzelf als een autonome illustrator. ‘De markt van illustratie is luchtiger. Ik houd niet van dat overdreven gedoe in de kunstwereld. Ik wil gewoon mooie beelden maken, ik heb geen zin in die exclusiviteit. Ik vind iets niet mooier omdat het in het Boijmans gehangen heeft.’ Waar gaat het dan wel om? ‘Iets moet zeggingskracht hebben, een beroep doen op je emotie. Soms zit dat in het materiaal, in de beweging ervan, zoals bij Reinoud van Vught. Of in het kleurgebruik, zoals bij Caren van Herwaarden.’

En waar gaat het bij haarzelf om? ‘Het maakt me niet uit wat ik doe, het hoeft niet eens met kunst te maken te hebben. Als ik het maar leuk vind.’ Doen wat je leuk vindt: het klinkt licht, maar het gaat echt niet vanzelf. Dat zei Dagmar  trouwens ook nog: ‘Een fijn leven leiden, dat is ook kunst.’

.

Brabant 2018 vriend